U bent hier

Urinesteenlijden

Cluster: 
U. Urinewegen
Status: 
Actueel - 2019

M63

Deze NHG-Standaard zit in een nieuwe jas.

Sinds 9 november is de NHG-Standaard Urinesteenlijden ook na te slaan op de nieuwe website NHG-Standaarden en behandelrichtlijnen (bèta). Voorlopig worden beide versies actueel gehouden. Laat ons weten wat u ervan vindt.

Urinesteenlijden M63 (Actualisering september 2019: aangepast t.o.v. de versie van 2016)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Pijn: aard, acuut begin, bewegingsdrang, lokalisatie en uitstraling.
  • Misselijkheid en braken.
  • Bloed in de urine.
  • Eerdere urinesteenaanval.
  • Familiair voorkomen van urinestenen.
  • Aangeboren afwijkingen (mononier).
  • Nierfunctiestoornis.
  • Mictieklachten en koorts als uiting van een mogelijke infectie.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Signaleren van bewegingsdrang.
  • Meet lichaamstemperatuur en bloeddruk.
  • Buikonderzoek: druk- of slagpijn in de nierloge (kan passen bij een urinesteen), tekenen van peritoneale prikkeling (past niet bij een ongecompliceerd urinesteenlijden).

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Urineonderzoek (dipstick): aanwezigheid van erytrocyten en nitriettest. Bij vermoeden urineweginfectie: zie NHG-Standaard Urineweginfecties.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Acute pijn in de flank met bewegingsdrang en hematurie: urinesteenaanval.
  • De diagnose wordt bevestigd door steenlozing of aanvullend onderzoek (voor indicatie, zie Controle na 5 tot 7 dagen).

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en adviesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Adviseer de patiënt normaal te blijven drinken en eten.
  • Bij koorts, mictieklachten of oncontroleerbare pijn: opnieuw contact opnemen.
  • Instrueer de patiënt het steentje op te vangen (urine zeven).
  • Controle na vijf tot zeven dagen, ook als de klachten zijn verdwenen en zo nodig na vier weken.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Pijnstilling aanvangsbehandeling

  • Diclofenac 75 mg intramusculair (maximale dagdosis 150 mg).
  • Bij onvoldoende effect of een contra-indicatie voor diclofenac (zie FTR Pijnbestrijding): morfine 10 mg subcutaan of intramusculair.

Pijnstilling voor eerste dagen na koliekaanval op geleide van de pijn

  • Diclofenactabletten of -zetpillen (50 tot 100 mg per keer, maximale dagdosis 150 mg) of naproxentabletten of -zetpillen (250 tot 500 mg per keer, maximale dagdosis 1000 mg).
  • Bij contra-indicaties voor NSAID’s: morfine oraal of zetpillen (2 dd 10 tot 20 mg) in combinatie met een laxans.
  • Geef patiënten met een verhoogd risico op maagcomplicaties maagbescherming (zie NHG-Standaard Maagklachten).

Alfablokkers

Overweeg alfablokkers (tamsulosine, offlabel) voor behandeling van patiënten met een vermoeden van urinestenen. Bespreek de voor- en nadelen van alfablokkers vergeleken met een afwachtend beleid.  

Praktische informatie bij keuze voor alfablokkers:

  • Geef tamsulosine: een tablet van 0,4 mg, eenmaal daags ’s morgens na het ontbijt. Informeer de patiënt dat het een offlabel medicatie betreft.
  • Zet het gebruik voort tot steenlozing of het moment dat de episode wordt afgesloten.
  • Vraag de patiënt contact op te nemen bij een onverwacht beloop of bij het optreden van bijwerkingen.

Controle na 5 tot 7 dagenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Steenlozing bevestigt de diagnose.
  • Als de patiënt klachtenvrij is en geen erytrocyturie meer heeft: geen aanvullend beeldvormend onderzoek.
  • Bij aanhoudende klachten: herhaal het lichamelijk onderzoek en urineonderzoek.
  • Bij aanhoudende of recidiverende klachten of erytrocyturie: echografie van de urinewegen en direct aansluitend een buikoverzichtsfoto indien echografisch geen dilatatie of steen zichtbaar is.
  • Wacht spontane lozing af indien pijn onder controle is en dilatatie van de urinewegen is uitgesloten met echografie.

Controle na 4 wekenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Indicatie CT-scan: persisterende klachten, erytrocyturie, echografisch en op de buikoverzichtsfoto geen steen zichtbaar en echografisch geen aangetoonde dilatatie.
  • Als op de CT-scan een kleine (< 5 mm), distale uretersteen zonder dilatatie van de urinewegen wordt vastgesteld, kan 4 weken spontane lozing worden afgewacht (en het beleid met pijnstilling worden voortgezet).

Verwijzing en consultatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overleg met de uroloog of verwijs een patiënt met (vermoeden op) een niersteen bij:

  • koorts;
  • onbeheersbare pijn ondanks pijnstilling;
  • vermoeden van dubbelzijdig steenlijden;
  • zwangerschap;
  • nierinsufficiëntie (eGFR < 30 ml/min) of als bekend is dat de patiënt slechts één nier heeft;
  • dilatatie bij echografie of op de CT-scan;
  • klachten of hematurie na 4 weken en geen mogelijkheid een CT-scan aan te vragen;
  • persisteren van beheersbare pijn en/of erytrocyturie na:
  • 4 weken, tenzij op de CT-scan een kleine, distale uretersteen (< 5 mm) is gezien;
  • 8 weken, als een kleine distale uretersteen nog niet is geloosd;
  • recidiverende stenen (meerdere stenen binnen één jaar) of een struviet-, cystine- of urinezuursteen vanwege de mogelijke consequenties voor het beleid.