U bent hier

Wanneer vaccineren in de zwangerschap?

De vaccinatie kan worden gegeven vanaf de 22e week in de zwangerschap tot aan de bevalling. Het heeft de voorkeur om dit zo snel mogelijk te doen na de 22e week, zodat ook te vroeg geboren kinderen kunnen profiteren van de overdracht van antistoffen. De hoeveelheid antistoffen die een gezonde zwangere vrouw aanmaakt, is namelijk na minimaal twee weken voldoende, maar wordt beter naarmate er meer tijd is voor overdracht van antistoffen. Bij meerlingzwangerschappen is eveneens één vaccinatie voldoende.

Omdat de hoeveelheid antistoffen tegen kinkhoest in het lichaam in de loop van de tijd vrij snel weer afneemt, wordt geadviseerd om bij elke zwangerschap opnieuw te vaccineren tegen kinkhoest. Indien een zwangere vrouw na de 13e week in de zwangerschap een kinkhoestvaccinatie heeft gehad of kinkhoest heeft doorgemaakt, dan hoeft de vaccinatie later in de zwangerschap niet te worden herhaald.