U bent hier

Wat zijn de gevolgen voor het rijksvaccinatieprogramma voor een baby van een gevaccineerde moeder?

Met de invoering van de maternale kinkhoestvaccinatie verandert het vaccinatieschema voor baby’s. Als de moeder tijdens de zwangerschap gevaccineerd is, komt de huidige kinkhoestvaccinatie op de leeftijd van 2 maanden te vervallen. Baby’s van gevaccineerde moeders krijgen een DKTP-Hib-HepB-vaccinatie bij 3, 5 en 11 maanden.

De Gezondheidsraad concludeert dat het veilig is om één vaccinatie minder te geven in het eerste levensjaar. Theoretisch zou aanpassing van het schema meer ziektegevallen door Haemophilus influenzae type b (Hib) kunnen veroorzaken, maar dit zag men niet terug in internationale gegevens over de effectiviteit van verschillende vaccinatieschema’s. Wel lopen kinderen van wie de moeder HepB-positief is, mogelijk meer risico op een HepB-besmetting. Er zijn dan ook een aantal situaties benoemd waarbij de baby toch volgens het oude vaccinatieschema wordt gevaccineerd en dan dus een DKTP-Hib-HepB-vaccinatie krijgt bij 2, 3, 5 en 11 maanden. Dit is het geval als de moeder:

  • niet is gevaccineerd tijdens de zwangerschap;
  • te kort (< 2 weken) voor de bevalling is gevaccineerd;
  • hepatitis B-draagster is;
  • een ziekte heeft of medicatie gebruikt die immunosuppressief werkt.

Ook zal het oude vacccinatieschema van 2, 3, 5 en 11 maanden worden aangehouden als de baby te vroeg geboren is, een wisseltransfusie heeft gehad of als er hiervoor een indicatie is gesteld door een kinderarts.